De Stichting

De boerderij

Tentoonstelling

Sfeerimpressie

Kinderhoek

Impressie open dag

Arrangementen

Ambachtelijk broodbakken

Speltarrangement

Kinderen bakken ze bruin

Dagarrangement bakken

Prijslijst

Agenda

Contact & locatie

Routebeschrijving

Parkeergelegenheid

Links

Sponsors
Expositie van graan tot brood

De Boelaars-Hoeve heeft een tentoonstelling ingericht met het thema "van graan tot brood". De tentoonstelling die in d'n Deel van De Boelaars-Hoeve is te bezichtigen, laat het proces zien hoe men vroeger ervoor zorgde dat er brood op de tafel kwam.




1. Bemesting

Tot begin vorige eeuw was het voor de boer het hele jaar door een grote zorg om voldoende mest te produceren. Het land was te weinig vruchtbaar om de gewassen goed te laten groeien. De gier (vloeibare mest) werd bewaard in een kelder en met de gierklomp eruit geschept. De vaste mest in de potstal werd met de kopschop in stukken gesneden zodat de boer het gemakkelijker op een kar kon laden met een riek. Op het land werd de mest met een mesthaak van de kar af gehaald, om vervolgens over het land te verspreiden.



2. Grondbewerking

In Brabant is de grond vrij licht, deze kon met een paard en een ploeg bewerkt worden. Soms werden er ook ossen gebruikt. Deze ossen werden ook ingezet bij de ontginning van heidegronden, destijds woeste gronden genoemd. Bij inzet van 2 ossen werd er een haam aan beiden ossen bevestigd en voor de ploeg gespannen.




3. Zaaien

Nadat de grond bewerkt was ging de boer zijn land zaaien. Afhankelijk van het product dat werd gezaaid werd de grond voorbewerkt. Als een weiland ingezaaid werd dan moest de grond heel fijn gekorreld zijn. Voor het graan mocht de grond wat grover zijn bewerkt. De boer zaaide meestal het graan met een zaaikorf. De boer droeg de zaaikorf op zijn buik met behulp van een riem. In een bepaald ritme zaaide hij met de hand het graan over de akkers.




4. Onderhoud

Graan vereiste weinig onderhoud in tegenstelling tot andere gewassen zoals aardappelen of bieten. Want naast het gewas groeiden er ook ongewenste kruiden, ofwel onkruid. Bij bestrijding op een natuurlijke manier werd er geschoffeld. De schoffelmachine werd geduwd waardoor de grond werd los gemaakt. Tegelijkertijd werd het ongewenste kruid verwijderd. Een milieu belastende manier is ongewenst kruid bestrijden met bestrijdingsmiddelen (pesticiden). Dit werd gedaan met behulp van een spuit.



5. Oogsten

Het oogsten bestaat uit 2 elementen. Enerzijds het maaien zelf, anderszijds het onderhouden van de gereedschappen. Als het graan of koren rijp is wordt het geoogst. De korenhalmen worden tot tegen de grond afgesneden. Vroeger gebeurde dit met sikkelvormige messen. De Kelten gebruikten als eerste de zeis terwijl de Galliërs (ten tijde van de Romeinen) maaimachines hadden die door ossen of muilezels getrokken werden.



6. Haren en wetten

Door middel van haren en wetten, wordt het gereedschap onderhouden. Haren is het scherpen van een zeis of zicht met behulp van een haarhamer en haarspit. Met de haarhamer wordt het maaiblad zeer dun uitgehamerd. Daarna kan de zeis een aantal malen gescherpt worden met een wetsteen. Een wetsteen is een stuk gereedschap, bestaande uit een platte steen die uit zeer fijne korrels bestaat. Een wetsteen wordt bijvoorbeeld gebruikt om na het slijpen van houtbeitels, deze van een klein braampje te ontdoen.



7. Dorsen

Na het maaien werd het koren naar de boerderij gebracht. De graankorrels werden nu gescheiden van de aren. Egyptenaren, Grieken en Romeinen lieten ossen of ezels over de halmen stappen tot de korrels blootlagen. In de middeleeuwen werden de ossen en ezels vervangen door de dorsvlegel. Dit werktuig werd nog tot in het midden van de 20ste eeuw gebruikt. Tijdens het dorsen staat men met een aantal mensen in een groep rond het graan dat op een harde ondergrond, de dorsvloer, is uitgespreid. Men slaat met de vlegel op het graan. Dit moet in het juiste ritme gebeuren om te voorkomen dat de dorsvlegels elkaar raken.



8. Stro verwerken

Het stro dat van het dorsen overbleef werd vanzelfsprekend ook verwerkt en gebruikt door de boeren. Met behulp van de snijbak (ook wel kniebak genaamd) werd het stro met een mes ingekort zodat het bijvoorbeeld gebruikt kon worden als strobed voor varkens en koeien. Met de hakselmachine werd het stro in kleine mootjes gesneden. Dit werd dan voor verschillende doeleinden gebruikt. Bij de kippen bijvoorbeeld als strooisel.




9. Wannen

Door te wannen scheidt men het kaf (= het beschermend omhulsel van dorre schutblaadjes die rond elke graankorrel zitten) van het koren. Dit gebeurde vroeger met een zeef of een wan. Deze had de vorm van een platte mand. Het graan werd in de wan geschud zodat het lichte kaf, onkruid en andere zaadjes wegwaaiden en de zwaardere granen op de wan achterbleven. Later werd de wanmolen uitgevonden die dit werk een stuk vergemakkelijkte.



10. Malen

Brood wordt gemaakt van meel. Dit meel verkrijg je door graan te malen of fijn te stampen. Vroeger maalde men het graan tussen twee molenstenen. Deze stenen werden gemonteerd in een molen die door mensen of dieren in beweging gebracht werden. Later werden natuurkrachten gebruikt om molens te laten draaien: water (watermolen) en wind (windmolen). Het meel werd vervolgens gemalen en gezeefd.



11. Bakken

Vroeger werden de broden gebakken in zo de genoemde bakhuisjes. Voordat de deeg werd gemaakt, werd de oven met mutserd (takken- bossen) warm gestookt. Ondertussen dat de oven aan het opwarmen was, werd het deeg klaargemaakt en kon het rijzen in het warme bakhuisje. Als het hout was opgebrand werd het gloeiende as met één haal uit de oven gehaald en in een doofpot gestopt. De gloeiende as werd soms door de boerin gebruikt om te strijken. De oven werd schoongemaakt door middel van een natte dweil. Vervolgens werd het deeg in de oven geschoven. Na ongeveer 45 minuten was het brood gaar en klaar voor gebruik! Het bakken van het brood gebeurt nog steeds op originele wijze op De Boelaars-Hoeve.